1 juni 2010 - Marco Island - Key Largo
Aloha everyone!
We zijn net wakker geworden in onze héél mooie kamer en hebben net nog even gebeld (allé, met Skype) naar het thuisfront. Nog eventjes ons woefke, Lilly Crocodilly, kunnen zien op het scherm en dan heb je weer zo dat heimwee gevoel. Maar we willen toch nog eventjes profiteren en het ervan pakken hier, binnen een aantal dagen zijn we toch weeral thuis en dan zijn we weer aan ‘t zagen dat we terug willen.
Vandaag staat het natuurpark the Everglades op het programma, een heuse airboat-ride én gaan we andere Crocodilly’s spotten, of liever: alligators. Er zijn wel Amerikaanse krokodillen, maar je ziet hier toch meer alligators. Bart wil trouwens ook zo’n mini-alligator vasthouden, maar ik ben niet zeker of de maatschappij – die de mevrouw van het hotel hier heeft aangeraden – dat ook aanbiedt, maar we zullen zien hé! Ik pas liever, geen reptielen in mijn handen…
Ik zit te zeuren tegen Bart: 'we komen hier niemand maf of zot tegen, we hebben precies nog niks spannends meegemaakt'. Nou nou, zou een Hollander zeggen, deze dag kan dan wel tellen…
French toast met fruit voor mij it is, en voor Bart natuurlijk een grote omelet met ham en kaas, "some hashbrowns on the side" en een beetje toast. Hij kreeg het ocharme weeral niet op, wat is dat toch met die venten? Ik had er potverdorie nog een bagel bijgevraagd, wat ik ALLEMAAL met smaak heb opgegeten. Niks geen last van de maag, ik was blij dat ik potverdekke weer wat fruit in mijn lijf kreeg. Bartje daarentegen kloeg dat de omelet wat op zijn maag lag.
Bon, na ons ontbijt maken we ons klaar om door de Everglades te rijden. We zijn niet zeker of we nog geregeld tankstations zullen tegenkomen, dus stoppen we ergens in Ocheecopee (ben niet zeker of dat wel juist is geschreven) om te tanken.
Je zal het altijd tegenkomen: in het hotel - met propere toiletten - moet je nooit echt dringend naar het toilet, maar onderweg wel... en dan is het geen kleine boodschap. En alles wat ik zag was a dirty toilet. Bweeuuk. Ik heb maar gelijk meters toiletpapier opgesoupeerd om op die bril te leggen.
Bart checkte bij de iets oudere mensen achter de kassa van het tankstation of de airboat-maatschappij waarmee we eerst wilden gaan, wel goed was. Ze zeiden dat die gewoon maar door kanaal reed/vloog/voer, niet door de wildernis, dus raadden ze ons een andere aan. Een iets kleinere, private maatschappij die ook alleen maar kleinere boten hadden, zodat je er niet “en masse” op een boot gepropt zit. Zo gezegd, zo gedaan. Een stukje terug gereden en daar zagen we het: “Jungle Erv’s Airboat & Safari ride”.
Binnen in het kantoortje/souvenir winkeltje hielp een jong, vriendelijk meisje ons verder, en daar betaalden we ongeveer een 37 dollar per persoon voor een uurtje op zo’n boot. Ze zei dat ze die morgen ook nog manatees had zien voorbijzwemmen én dat er alligators in het riviertje achter het kantoor lagen. We mochten een kijkje nemen op hun terras achteraan. Ik was super benieuwd en verheugd om misschien ook wat manatees te spotten! Nu moet je weten dat we alletwee ons in de auto al hadden ingesmeerd met een goeie laag zonnecrème, want de zon hier brandt heftig! En… aangezien we allebei serieus zijn toegetakeld met muggenbeten, hadden we ook al wat anti-muggenmelk gespoten op ons lijf. We liepen dus vettig en prettig rond... :-D
Met mijn camera rond mijn hals sta ik op het terras naast Bart en we zien plots twee “medium” alligators voorbij drijven. Ik, een beetje zenuwachtig dat we ze nu van zo dichtbij kunnen zien en fotograferen, neem gauw-gauw het topje van mijn Canon lens en neem een paar foto’s. Zo blij dat ik ze zo goed heb kunnen fotograferen, wil ik dat topje van mijn lens er terug op zetten, als … ik dat uit mijn glibberige handen laat vallen. Tok tok tok tok… plons. Mijn beschermingsdop van mijn lens valt door de gleuven van het houten terras, op de grond en dan in het water. Hoe kan het ook anders!? Of all places in het water! Waar er alligators rondzwemmen.
Bart staat er eerst wat mee te lachen, want het ligt echt niet zo ver in het water, zo wat meer aan de rand. Dus ik sta daar zo wat te kijken, als die alligators natuurlijk wat dichterbij zwemmen. Die beesten ruiken waarschijnlijk dat er wat in ‘t water is gevallen, dus die willen er niet meer weg. En ik wil dat niet riskeren om zo dichtbij die beesten “effekes” mijn dopje terug uit ‘t water te vissen… Dus ik ga naar binnen, en vraag aan die mevrouw of ze zo geen tang of grijper hebben, want dat ik mijn dop van mijn lens heb laten vallen in ‘t water. En ik excuseer mezelf voor de lastige vraag, want ik denk nog: “shit, dit heb ik weer voor”. Maar blijkbaar gebeurt dat regelmatig, zegt het meisje. "Gisteren hebben we nog sleutels uit ‘t water moeten vissen." (Oef, ik ben dus niet de enige lomperik)
Dus die “captain John” die ons een beetje later gaat meenemen op die airboat, gaat mee met Bart naar de rand van het water met zijn vislijn. Zo probeert hij om met een simpele vislijn en -haak die lens uit het water te halen. Ik sta daar vurig te hopen dat John het lenskapje terug eruit kan vissen, als ik zie dat hij het heeft gevangen en zo heel stilletjes op begint te halen… Maar dat was natuurlijk buiten de lederen ambetanterik gerekend die in ‘t water denkt: “neenee, dat dopje is van mij”. Die alligator doet een hap naar zijn lijn… en die vent moet écht moeite doen of heel zijn vislijn wordt meegesleurd door de kracht van de alligator zijn beet. Bye bye dopje van mij, bye bye haak aan de vislijn. En die alligator bleef er maar liggen, zo van “dees is hier allemaal van mij, durft eens dichter te komen sè”.
Ik heb weer heel dat spel daar op stelten gezet, omdat mijn stom doppeke in dat water is gevallen. Een groep Duitsers komen ook al eens kijken naar dat tumult aan de zijlijn, dus die hebben er ook weer een paar foto’s van kunnen nemen. John probeerde écht nog die alligator weg te jagen, door een beetje op zijn bek te duwen met de achterkant van zijn stok, om zo nog mijn dopje los te krijgen of te zoeken (dat nu waarschijnlijk ofwel verder weg lag in het beekje ofwel opgeslokt was door de alligator). Ik zeg tegen hem: “it’s ok sir, I’ll buy another cover for my lens, thank you so much for helping”. John denkt dat de alligator het kapje heeft opgevreten. Waarschijnlijk wel...

God ja, als het maar een lenskapje is. Ik bedoel: nobody got hurt!! :-) Da's het meest belangrijke! En onze airboat-tour is bangelijk leuk! Ik geloof dat die vent er zelf ook zijn plezier in heeft, want hoe dat ‘m over bepaalde stukken water soms scheurt en draait! Op een gegeven moment horen we ‘m zelfs roepen door onze koptelefoons “yeeeeehaaaa”! Oh help, a cowboy on the water. We zien een stuk of 4 alligators voorbij zwemmen, waarvan er 2 dichtbij komen zwemmen, een baby-alligatortje en dan nog eentje die op een droog stuk lag.
Ondertussen vertelt “kapitein” John dat alligators dus uit een ei komen gekropen wanneer ze worden geboren, het ei is zo groot als een kippenei. Ze groeien de eerste 20 jaar redelijk snel, daarna gaat het traag. Hun “tanden” op hun rug van aan hun nek tot aan hun staart werken als “zonnepanelen”. Hun bloed warmt op in de winter, wanneer ze aan wal gaan, zodat ze ‘s avonds genoeg opgewarmd zijn en energie hebben om te jagen op prooien zoals kikkers, ratten, konijnen en zelfs slangen (gnagnaaaa, vreet ze allemaal maar op!!!). In de zomer blijven ze meestal in het water drijven.
Onze airboat-trip is dus echt super! Soms gaat die boot echt rap en hard, maar het is de moeite om er eens op te zitten en het mee te maken. Zo’n boot gaat dus over stukken modder, over stukken hout, en soms vaart ‘m heel traag, wanneer we bijvoorbeeld door dikke stukken mangrove-bos varen.
We hebben ons dus zeker en vast geamuseerd vandaag. Nadien rijden we nog wat verder door de Everglades, wat overigens wel een supergroot park is… En dan komen we ergens voorbij een Indiaans dorp waarop stond: “alligator farm”.

We willen er eens een kijkje gaan nemen, aangezien Bart per ongeluk al eerder voorbij een “alligator farm” is gereden. Dus we stoppen hier en betalen 8 dollar per persoon inkom voor een “show” en om een baby-alligator vast te mogen houden.
Eerst wat over die show: twee kerels komen in zo’n ronde mini-arena op, waar er in het midden wit zand ligt, en daarrond wat water met alligators in. Dan begint één van die mannen gevaarlijke dingen te doen: de kop van de alligator open te trekken, zijn hand en kop erin te steken, en altijd is hij net snel genoeg voordat die bek van dat beest ineens dicht gaat. Tot op een bepaald moment dat hij zijn hand zo heel traag in de bek steekt en dat de alligator iets te snel hapt en die vent dus net ietsje te laat zijn hand wegtrekt. We zien een hele plek bloed wanneer de alligator weer zijn bek opendoet…
We hebben alles een beetje op film gezet, zodat jullie na onze reis ook wat kunnen meegenieten van deze spannende dag. In ieder geval, Bartje is in zijn nopjes want die heeft z’n baby-alligator kunnen vasthouden.

Het leek inderdaad op rubber, zoals Hilde & Johan hier al hebben gepost. En hij vond het ook een beetje stinken, maar ja… zo’n beesten moeten ook hun behoeften doen hé? Ocharme dat beestje, het kan niet anders dan gestresseerd zijn, door zo'n heleboel mensen te worden vastgehouden. Ik moet zeggen, het ziet er “schattig” uit van ver, maar niet van dichtbij.

Ondertussen zijn we net aangekomen in Key Largo, waar we in een klein “motelletje” zijn ingecheckt. Coconut Palm Inn serveert hier – eindelijk – continentaal ontbijt, dus ik ben eens benieuwd. De eigenares klonk in ieder geval niet van hier (eerder Duitstalig aan ‘r accent te horen), dus misschien kan dat hier best nog lekker zijn. Het motel zelf ligt aan het water en is supermooi en rustig gelegen!
Bart is overigens ook terug binnen gekomen, die had ontdekt dat je hier ook nog kan kayakken, dus terwijl ik hier heel deze rimram zat neer te tokkelen, zat meneer Cloetens – zonder da’k het wist – rustig in een bootje te varen. Alleen. Ik ga sebiet ook eens een kijkje nemen, want Bart denkt een manatee gezien te hebben terwijl hij daarnet aan ‘t kayakken was! Tssss, da’s toch wel erg hé? Alles alleen doen en daarna komen vertellen wat hij allemaal heeft gezien. Dat was ook al zo in Banana Bay Motel, dan had hij een hammerhead shark gezien, een stingray en nog een heleboel andere vissen. En Bibi maar zitten tokkelen hier.
Bon, ik ga mezelf hier wat opfrissen en eens in de hangmat liggen aan het water. Het is hier zalig rustig, weer bijna geen kat te bespeuren in deze inn. De kamer zelf is ook proper, mooi ingericht en lekker fris, mét balkon waar er strandlakens liggen.
En daarna kan ik eens gaan koekeloeren buiten of er geen manatees te bespeuren zijn. De mevrouw hier van het hotel zegt dat dat wel mogelijk is, aangezien de manatees de frissere wateren van de Gulf of Mexico opzoeken en dat ze langs hier passeren. Dus ik ga hier sebiet eens, gewapend met mijn kodak en grote lens, op zoek. Al hoop ik hier geen kokosnoot op mijn kop te krijgen, want die bomen staan hier her en der verspreid en ze durven eraf te vallen…

We zijn gewaarschuwd dus.
Tot zover het nieuws hier in Key Largo! All good & sunny over here, and no worries.
Dikke zoen,
Inge & Bart xxx
We zijn net wakker geworden in onze héél mooie kamer en hebben net nog even gebeld (allé, met Skype) naar het thuisfront. Nog eventjes ons woefke, Lilly Crocodilly, kunnen zien op het scherm en dan heb je weer zo dat heimwee gevoel. Maar we willen toch nog eventjes profiteren en het ervan pakken hier, binnen een aantal dagen zijn we toch weeral thuis en dan zijn we weer aan ‘t zagen dat we terug willen.
Vandaag staat het natuurpark the Everglades op het programma, een heuse airboat-ride én gaan we andere Crocodilly’s spotten, of liever: alligators. Er zijn wel Amerikaanse krokodillen, maar je ziet hier toch meer alligators. Bart wil trouwens ook zo’n mini-alligator vasthouden, maar ik ben niet zeker of de maatschappij – die de mevrouw van het hotel hier heeft aangeraden – dat ook aanbiedt, maar we zullen zien hé! Ik pas liever, geen reptielen in mijn handen…
Ik zit te zeuren tegen Bart: 'we komen hier niemand maf of zot tegen, we hebben precies nog niks spannends meegemaakt'. Nou nou, zou een Hollander zeggen, deze dag kan dan wel tellen…
Ik zeur de oren van Bart zijn hoofd dat ik wel scheurende honger heb. Hoe zou dat nu weer komen, haha! Dus ik doe hem stoppen aan Susie’s Diner, een plaats waar ze nog ontbijt serveren om 10u30. Op de kaart staan er specialiteiten op zoals o.a. French toast covered with strawberries, blueberries and banana, dus ik wil al niet meer verder kijken.
French toast met fruit voor mij it is, en voor Bart natuurlijk een grote omelet met ham en kaas, "some hashbrowns on the side" en een beetje toast. Hij kreeg het ocharme weeral niet op, wat is dat toch met die venten? Ik had er potverdorie nog een bagel bijgevraagd, wat ik ALLEMAAL met smaak heb opgegeten. Niks geen last van de maag, ik was blij dat ik potverdekke weer wat fruit in mijn lijf kreeg. Bartje daarentegen kloeg dat de omelet wat op zijn maag lag.
Bon, na ons ontbijt maken we ons klaar om door de Everglades te rijden. We zijn niet zeker of we nog geregeld tankstations zullen tegenkomen, dus stoppen we ergens in Ocheecopee (ben niet zeker of dat wel juist is geschreven) om te tanken.
Je zal het altijd tegenkomen: in het hotel - met propere toiletten - moet je nooit echt dringend naar het toilet, maar onderweg wel... en dan is het geen kleine boodschap. En alles wat ik zag was a dirty toilet. Bweeuuk. Ik heb maar gelijk meters toiletpapier opgesoupeerd om op die bril te leggen.
Bart checkte bij de iets oudere mensen achter de kassa van het tankstation of de airboat-maatschappij waarmee we eerst wilden gaan, wel goed was. Ze zeiden dat die gewoon maar door kanaal reed/vloog/voer, niet door de wildernis, dus raadden ze ons een andere aan. Een iets kleinere, private maatschappij die ook alleen maar kleinere boten hadden, zodat je er niet “en masse” op een boot gepropt zit. Zo gezegd, zo gedaan. Een stukje terug gereden en daar zagen we het: “Jungle Erv’s Airboat & Safari ride”.
Binnen in het kantoortje/souvenir winkeltje hielp een jong, vriendelijk meisje ons verder, en daar betaalden we ongeveer een 37 dollar per persoon voor een uurtje op zo’n boot. Ze zei dat ze die morgen ook nog manatees had zien voorbijzwemmen én dat er alligators in het riviertje achter het kantoor lagen. We mochten een kijkje nemen op hun terras achteraan. Ik was super benieuwd en verheugd om misschien ook wat manatees te spotten! Nu moet je weten dat we alletwee ons in de auto al hadden ingesmeerd met een goeie laag zonnecrème, want de zon hier brandt heftig! En… aangezien we allebei serieus zijn toegetakeld met muggenbeten, hadden we ook al wat anti-muggenmelk gespoten op ons lijf. We liepen dus vettig en prettig rond... :-D
Met mijn camera rond mijn hals sta ik op het terras naast Bart en we zien plots twee “medium” alligators voorbij drijven. Ik, een beetje zenuwachtig dat we ze nu van zo dichtbij kunnen zien en fotograferen, neem gauw-gauw het topje van mijn Canon lens en neem een paar foto’s. Zo blij dat ik ze zo goed heb kunnen fotograferen, wil ik dat topje van mijn lens er terug op zetten, als … ik dat uit mijn glibberige handen laat vallen. Tok tok tok tok… plons. Mijn beschermingsdop van mijn lens valt door de gleuven van het houten terras, op de grond en dan in het water. Hoe kan het ook anders!? Of all places in het water! Waar er alligators rondzwemmen.
Bart staat er eerst wat mee te lachen, want het ligt echt niet zo ver in het water, zo wat meer aan de rand. Dus ik sta daar zo wat te kijken, als die alligators natuurlijk wat dichterbij zwemmen. Die beesten ruiken waarschijnlijk dat er wat in ‘t water is gevallen, dus die willen er niet meer weg. En ik wil dat niet riskeren om zo dichtbij die beesten “effekes” mijn dopje terug uit ‘t water te vissen… Dus ik ga naar binnen, en vraag aan die mevrouw of ze zo geen tang of grijper hebben, want dat ik mijn dop van mijn lens heb laten vallen in ‘t water. En ik excuseer mezelf voor de lastige vraag, want ik denk nog: “shit, dit heb ik weer voor”. Maar blijkbaar gebeurt dat regelmatig, zegt het meisje. "Gisteren hebben we nog sleutels uit ‘t water moeten vissen." (Oef, ik ben dus niet de enige lomperik)
Dus die “captain John” die ons een beetje later gaat meenemen op die airboat, gaat mee met Bart naar de rand van het water met zijn vislijn. Zo probeert hij om met een simpele vislijn en -haak die lens uit het water te halen. Ik sta daar vurig te hopen dat John het lenskapje terug eruit kan vissen, als ik zie dat hij het heeft gevangen en zo heel stilletjes op begint te halen… Maar dat was natuurlijk buiten de lederen ambetanterik gerekend die in ‘t water denkt: “neenee, dat dopje is van mij”. Die alligator doet een hap naar zijn lijn… en die vent moet écht moeite doen of heel zijn vislijn wordt meegesleurd door de kracht van de alligator zijn beet. Bye bye dopje van mij, bye bye haak aan de vislijn. En die alligator bleef er maar liggen, zo van “dees is hier allemaal van mij, durft eens dichter te komen sè”.
Ik heb weer heel dat spel daar op stelten gezet, omdat mijn stom doppeke in dat water is gevallen. Een groep Duitsers komen ook al eens kijken naar dat tumult aan de zijlijn, dus die hebben er ook weer een paar foto’s van kunnen nemen. John probeerde écht nog die alligator weg te jagen, door een beetje op zijn bek te duwen met de achterkant van zijn stok, om zo nog mijn dopje los te krijgen of te zoeken (dat nu waarschijnlijk ofwel verder weg lag in het beekje ofwel opgeslokt was door de alligator). Ik zeg tegen hem: “it’s ok sir, I’ll buy another cover for my lens, thank you so much for helping”. John denkt dat de alligator het kapje heeft opgevreten. Waarschijnlijk wel...
Ik ben klaar voor mijn airboat-ride...zonder lenskapje. ;-)
God ja, als het maar een lenskapje is. Ik bedoel: nobody got hurt!! :-) Da's het meest belangrijke! En onze airboat-tour is bangelijk leuk! Ik geloof dat die vent er zelf ook zijn plezier in heeft, want hoe dat ‘m over bepaalde stukken water soms scheurt en draait! Op een gegeven moment horen we ‘m zelfs roepen door onze koptelefoons “yeeeeehaaaa”! Oh help, a cowboy on the water. We zien een stuk of 4 alligators voorbij zwemmen, waarvan er 2 dichtbij komen zwemmen, een baby-alligatortje en dan nog eentje die op een droog stuk lag.
Dit is dus die nieuwsgierige baby alligator...
Ondertussen vertelt “kapitein” John dat alligators dus uit een ei komen gekropen wanneer ze worden geboren, het ei is zo groot als een kippenei. Ze groeien de eerste 20 jaar redelijk snel, daarna gaat het traag. Hun “tanden” op hun rug van aan hun nek tot aan hun staart werken als “zonnepanelen”. Hun bloed warmt op in de winter, wanneer ze aan wal gaan, zodat ze ‘s avonds genoeg opgewarmd zijn en energie hebben om te jagen op prooien zoals kikkers, ratten, konijnen en zelfs slangen (gnagnaaaa, vreet ze allemaal maar op!!!). In de zomer blijven ze meestal in het water drijven.
Onze airboat-trip is dus echt super! Soms gaat die boot echt rap en hard, maar het is de moeite om er eens op te zitten en het mee te maken. Zo’n boot gaat dus over stukken modder, over stukken hout, en soms vaart ‘m heel traag, wanneer we bijvoorbeeld door dikke stukken mangrove-bos varen.
We hebben ons dus zeker en vast geamuseerd vandaag. Nadien rijden we nog wat verder door de Everglades, wat overigens wel een supergroot park is… En dan komen we ergens voorbij een Indiaans dorp waarop stond: “alligator farm”.
We willen er eens een kijkje gaan nemen, aangezien Bart per ongeluk al eerder voorbij een “alligator farm” is gereden. Dus we stoppen hier en betalen 8 dollar per persoon inkom voor een “show” en om een baby-alligator vast te mogen houden.
Eerst wat over die show: twee kerels komen in zo’n ronde mini-arena op, waar er in het midden wit zand ligt, en daarrond wat water met alligators in. Dan begint één van die mannen gevaarlijke dingen te doen: de kop van de alligator open te trekken, zijn hand en kop erin te steken, en altijd is hij net snel genoeg voordat die bek van dat beest ineens dicht gaat. Tot op een bepaald moment dat hij zijn hand zo heel traag in de bek steekt en dat de alligator iets te snel hapt en die vent dus net ietsje te laat zijn hand wegtrekt. We zien een hele plek bloed wanneer de alligator weer zijn bek opendoet…
We hebben alles een beetje op film gezet, zodat jullie na onze reis ook wat kunnen meegenieten van deze spannende dag. In ieder geval, Bartje is in zijn nopjes want die heeft z’n baby-alligator kunnen vasthouden.

Bart en de mini-sjakoche. ;-)
Het leek inderdaad op rubber, zoals Hilde & Johan hier al hebben gepost. En hij vond het ook een beetje stinken, maar ja… zo’n beesten moeten ook hun behoeften doen hé? Ocharme dat beestje, het kan niet anders dan gestresseerd zijn, door zo'n heleboel mensen te worden vastgehouden. Ik moet zeggen, het ziet er “schattig” uit van ver, maar niet van dichtbij.

Ondertussen zijn we net aangekomen in Key Largo, waar we in een klein “motelletje” zijn ingecheckt. Coconut Palm Inn serveert hier – eindelijk – continentaal ontbijt, dus ik ben eens benieuwd. De eigenares klonk in ieder geval niet van hier (eerder Duitstalig aan ‘r accent te horen), dus misschien kan dat hier best nog lekker zijn. Het motel zelf ligt aan het water en is supermooi en rustig gelegen!
Ik heb enkel boten, een meeuw en een krabbetje gespot...
Bart is overigens ook terug binnen gekomen, die had ontdekt dat je hier ook nog kan kayakken, dus terwijl ik hier heel deze rimram zat neer te tokkelen, zat meneer Cloetens – zonder da’k het wist – rustig in een bootje te varen. Alleen. Ik ga sebiet ook eens een kijkje nemen, want Bart denkt een manatee gezien te hebben terwijl hij daarnet aan ‘t kayakken was! Tssss, da’s toch wel erg hé? Alles alleen doen en daarna komen vertellen wat hij allemaal heeft gezien. Dat was ook al zo in Banana Bay Motel, dan had hij een hammerhead shark gezien, een stingray en nog een heleboel andere vissen. En Bibi maar zitten tokkelen hier.
Bon, ik ga mezelf hier wat opfrissen en eens in de hangmat liggen aan het water. Het is hier zalig rustig, weer bijna geen kat te bespeuren in deze inn. De kamer zelf is ook proper, mooi ingericht en lekker fris, mét balkon waar er strandlakens liggen.
En daarna kan ik eens gaan koekeloeren buiten of er geen manatees te bespeuren zijn. De mevrouw hier van het hotel zegt dat dat wel mogelijk is, aangezien de manatees de frissere wateren van de Gulf of Mexico opzoeken en dat ze langs hier passeren. Dus ik ga hier sebiet eens, gewapend met mijn kodak en grote lens, op zoek. Al hoop ik hier geen kokosnoot op mijn kop te krijgen, want die bomen staan hier her en der verspreid en ze durven eraf te vallen…
We zijn gewaarschuwd dus.
Tot zover het nieuws hier in Key Largo! All good & sunny over here, and no worries.
Inge & Bart xxx


Reacties