31 mei 2010 - Port Charlotte - Marco Island


Goodmorning Belgium! Ik ben met een wazig hoofd wakker geworden. Vannacht belde één of andere zot naar Bart zijn gsm en waren we weeral wakker. Zucht. En ik had nog eens gehoopt om heel de nacht door te kunnen slapen, zonder wakker te worden om naar ‘t toilet te gaan of van één of ander lawaai. 
Bart is hier voorlopig al een beetje aan ‘t inpakken, ik zit hier gelijk ne zot te tokkelen achter het scherm. Ons plan om hier vroeg wakker te worden en vis te zien, is er dus niet van gekomen want buiten schijnt al volop de zon weer.
Er is hier geen enkele druppel regen gevallen gisterenavond, we hebben alleen maar dreigende wolken gezien. Alhoewel de eigenares hier gisteren zei dat als de maand mei zo warm is, en het water zo rap opwarmt, dat juni dan meestal een maand is van zware orkanen… SLIK. Die mevrouw, Betty, vertelde ons dat zo nogal grappig, dus ik had eerst zoiets van “jaja”, maar dan begon ze te vertellen dat ze 2 jaar na dit motel te hebben overgekocht, hurricane Charlie op hun dak hadden gekregen. Alles was verwoest, behalve de muren. Die waren blijven staan, dankzij de vorige eigenaars die iets speciaals in de muren hadden gestoken. Al de rest, de daken, de inrichting, was compleet kapot & overhoop gegooid. En toch blijven die mensen hier, ook al weten ze dat er ooit weer zo’n orkaan kan komen.
Brrrr, ik zou hier toch niet willen wonen, hoe mooi het hier ook is. Bartje is ondertussen – die heeft constant mieren in zijn gat geloof ik – alweer naar buiten gaan kijken op die steigers. Volgens mij gaat die hier sebiet al staan vissen als ik buiten kom, ik zou in ieder geval niet verwonderd zijn als ‘m dat al gaan vragen is nu, ook al zei hij daarnet: “schat, ik ga eens effe kijken buiten hé”. Ik ken Bart al gelijk mijn broekzak, allé, nog niet zooo goed misschien, maar toch…redelijk goed. 
Ik ga me hier eerst op mijn gemakje aankleden en dan kijken wat er te zien valt buiten. Misschien kan ik nog even in de hangmat ploffen en dan straks op ‘t gemakje vertrekken richting Marco Island, wat vlakbij de Everglades ligt. Eerst hebben staan kijken op de steiger, en we hebben zeker 2 van die roggen (of “stingrays”) zien voorbijzwemmen, Bart heeft ook een hamerhaai gezien, ik zag alleen maar scholen vissen passeren. Ik heb geprobeerd een foto te nemen van die rog, en ik vind hem wel redelijk gelukt:


Daarna zijn we vertrokken richting het Manatee Park in Fort Myers, maar zoals ik al had gedacht, waren er geen meer te bespeuren in het water. De vriendelijke zeekoeien, die verwant zijn aan de olifant (!), hadden al meer frissere wateren opgezocht, richting de Golf van Mexico. Mei is hier al superheet geweest, dus het water is ook stevig opgewarmd, zeggen ze hier. Daarom dat je weinig kans maakt om er nog één te zien. Ik hoop maar voor die beesten dat ze niet terechtkomen in de olie, want dan is het rampzalig… Ze planten zich maar traag voort heb ik gelezen, en zoveel zijn er al niet meer in het wild.
Een beetje beteuterd zijn we dan maar doorgereden naar Sanibel Island, dat bekend is om zijn strand vol schelpen. Je moet eerst wel 6 dollar tol betalen om op het eiland te mogen rijden, maar het is wel de moeite waard om het eilandje eens gezien te hebben. In mijn reisgids stond er te lezen dat er nogal een Caribische sfeer hangt, en da’s niet gelogen. Sanibel Island heeft een leuk, publiek strand: Bowman’s Beach. Voor we aan de parking kwamen, zagen we nog een dikke slang op de weg liggen kronkelen. Genoeg voor mij om weer de hele weg paniekerig naar de grond te lopen loeren of ik geen vieze slangen kan tegenkomen... Op de parking zelf steken we 2 dollar in de automaat en dan mag je 2 uurtjes parkeren.
Aangezien de zeebodem hier zachtjes afloopt en er geen stenen zijn op het strand, kletsen de schelpen, wanneer ze aan land worden gegooid door de golven, nooit kapot. Je ziet er het meest (en om ter mooist) vlak achter een stormbui. Maar aangezien het hier nog niet heeft gestormd de voorbije weken, hadden we weeral pech. Ik heb toch een paar mooie exemplaren gevonden, dus die neem ik zeker mee, en we hebben er ook een paar gekocht in een winkeltje met de meest vreemde en unieke zeeschelpen (uit alle landen).
Het is broeierig heet en naar ons gevoel wordt het hier alleen maar heter met de dag. Er is hier geen schaduw te bespeuren, dus ik loop meestal met mijn supermarkt-zakje boven op mijn kop om toch maar een beetje schaduw te hebben. We hadden betaald voor 2 uurtjes parking, en we moesten ons nog haasten naar de auto, aangezien we al zeker een kwartier te laat waren. ‘t Is daar ook weer prachtig water en een prachtig strand, alleen een tikkeltje vervelend om over te lopen met blote voeten. Die schelpen snijden...


Gezien dat we de tijd wat uit het oog waren verloren, was het alweer bijna 15u in de namiddag eer we op Sanibel Island vertrokken. Hoog tijd om naar onze volgende locatie (Marco Island) te rijden en in te checken in ons volgende hotelletje. Onze gps stuurde ons heel de tijd correct, tot op een gegeven moment we in het stadje (?) Marco Island rijden en we opeens richting een woonwijk worden gestuurd… Ik zeg nog, die gaat ons weer verkeerd sturen, zoals een paar dagen geleden. 

Maar blijkbaar heeft Josefien de gps het bij het rechte eind, ons hotelletje Marco Island Lakeside Inn ligt echt pal in een woonwijk. Echt heel gezellig, en mooie kamers! Volgens mij is het familie van het hotelletje in Bradenton Beach, want ook hier lijkt de kamer heel erg op die van aan Bradenton Beach. En de achternaam van de eigenaar is hetzelfde: Luper.
We hebben een kamertje dat uitkijkt op het zwembad en het ligt vlakbij de “tiki hut”, waar je eventueel een BBQ’tje kan doen of aan het zandstrandje liggen.



Alhoewel ik dat toch maar niet ga doen, want daarstraks zagen we een raar beest zwemmen vlakbij die hut. Het leek op een slang in het water, als ik dat beest zo zag kronkelen in het water. Zeeslangen bestaan echt blijkbaar, dus het zou wel eens kunnen hé. :-)
De maagjes scheuren hier alweer van de honger, en we zijn op pad geweest om eten te gaan zoeken. Er zijn hier zoveel restaurants, maar sommigen zijn gesloten door de Memorial Day (een feestdag waarop Amerikanen alle soldaten eren die gesneuveld zijn in oorlogen – die van Vietnam, de WWII, die van nu…). We hadden er een aantal die ons leuk leken, maar waar er bijna geen volk zat, dus die hebben we mooi overgeslagen. De plek waar al die restaurants zijn is wel mooi. Vlakbij het water, relaxed en leuk om rond te hangen.



Na lang zoeken vinden we geen goei restaurant naar ons goesting, dus trekken we – helemaal opgetut – naar ne McDonalds in de buurt. Moet kunnen, hé? Zo helemaal opgekleed een pak friet en een McChicken (en voor Bartje een Quarterpounder) gaan eten? ‘t Was trouwens een McDonalds die helemaal in Hawaiiaanse sfeer was ingericht, met tiki-hut en dansende vrouwen met bloemen rond hun nek… 
Weer eens wat anders als de gewone saaie McDonalds die wij kennen hé?
Maar bon, wij gaan eens onder de wol kruipen, want het is weeral een vermoeiende dag geweest voor ons. We sturen iedereen een straaltje zon en vele dikke zoenen van de twee Florida-gangers,
Inge & Bart xxx 

Reacties