Dag 9 - Mariposa - Lee Vining
Yeehaaaaaaa vanuit het Wilde Westen!
Deze morgen zijn we allebei heel vroeg wakker geworden, want we wilden vroeg vertrekken richting Yosemite. Ons ontbijt werd geserveerd in de eetkamer van Willy & Diana om 8u. ’s morgens, dus hebben we ons op het gemak klaargemaakt…want we waren al om 7 uur wakker. In ieder geval was ik blij dat het terug licht was, want ik had die nacht geen oog dichtgedaan. Bart daarentegen had uitstekend geslapen. Op een gegeven moment dacht ik zelfs dat er beesten onder ons bed kropen (maar dat bleken uiteindelijk de lakens te zijn die schuurden)… En dan al die geluiden ’s nachts… Pfff, ik ben toch echt geen kampeermens! Om 2 uur ’s nachts ben ik nog eens wakker geworden en dan was het telkens een uurtje indommelen, terug wakker worden en terug indommelen. Ik voel mij deze morgen dan ook geradbraakt.
Bij Willy & Diana hebben we lekker ontbeten, met verse fruitsalade, omelet met worstjes, thee, vers fruitsap. Allé ja, het was allemaal dik in orde. Willy heeft nog lange tijd met ons staan praten, en met die ene mevrouw die ook op ’t zelfde moment zat te ontbijten en weer zo zat te staren naar ons. We zijn uiteindelijk pas om 9u30 vertrokken vanuit Mariposa met een stralend, warm zonnetje. En ik geloof dat de temperatuur toen al 25°C aangaf, maar tegen de tijd dat we bijna aan Yosemite kwamen, was het bewolkt en koud en ongeveer 12°C. Pech voor ons natuurlijk. Wanneer we bijna in Yosemite waren, werden we op een gegeven moment omgeleid. We wisten niet goed waarom, totdat we aan de overkant van de weg een hele berg stenen op de weg zagen liggen. Een serieuze rotsverschuiving. Spectaculair om te zien, maar ik ben blij dat ik daar op dat moment niet gereden heb. Ik denk niet dat er iemand was gewond geraakt, maar het was zo’n berg stenen… ze lagen tot in de rivier en de weg zag je gewoon niet meer! Eén en al berghelling gewoon! Griezelig…
Verderdoor kwamen we héél veel vlindertjes tegen die constant tegen onze voorruit kapot botsten, dus ons raam zag er na een tijdje redelijk smerig uit. Opvallend: in het begin van het park viel de temperatuur heel goed mee en konden we nog in topje en korte mouwen uit de auto stappen... Hoe hoger we reden, hoe kouder het opeens werd.
We hebben héél veel mooie dingen gezien, maar het spectaculairste waren voor ons toch de watervallen die je her en der vond in het park.
Van de hele grote tot hele kleine onderweg. Aan de zijkanten lag er zelfs nog dikke pakken ijssneeuw (vooral op de Tioga Pass). Soms zag je sommige stukken ook al smelten, waardoor er vaak water op de baan lag.
We hebben héél veel mooie dingen gezien, maar het spectaculairste waren voor ons toch de watervallen die je her en der vond in het park.
Van de hele grote tot hele kleine onderweg. Aan de zijkanten lag er zelfs nog dikke pakken ijssneeuw (vooral op de Tioga Pass). Soms zag je sommige stukken ook al smelten, waardoor er vaak water op de baan lag.
Mijn voet in een dik pak ijssneeuw
We hebben hier ongelooflijk veel foto’s genomen, maar uiteindelijk weinig gewandeld. Daar was een reden voor. Op een gegeven moment kregen we regen, hagel en veel wind op ons dak, dus konden we niet anders dan vluchten in onze auto. Omdat het weer zo bleef, zijn we maar gewoon door blijven rijden en gestopt op plaatsjes die we mooi vonden om wat foto's te nemen.
Uiteindelijk was dat nog het leukste. Iedereen die je hier zag, bleef redelijk veel in de auto zitten en stapte af en toe uit aan een uitzichtpunt of voor een korte wandeling naar beneden. Wanneer het even beter weer was, deden wij dat ook. Want af en toe kwam ook het zonnetje erdoor, maar meestal was het gewoon veel te koud (meestal schommelde de temperatuur rond de 9°C). We hebben hier nog geen enkele keer onze zomerkleding uit de koffer moeten halen, dus we hopen dat dat snel verandert!
Onderweg heb je dus totaal geen gsm-verbinding en soms ook helemaal geen radio-ontvangst. Ik liet ofwel een cd’tje spelen of anders liet ik de radio zoeken naar een goeie post. Totdat we daar op één of ander country-muziekkanaal terechtkwamen. Ik lag dubbel strijk toen ik een liedje hoorde zingen: “she think’s my tractor’s sexy”: het ging over een boer die “touche” had van één of ander madam en die zanger was dan maar heel den tijd aan het jodelen “sheeee thinks my traaaaactor’s sssexyyy”!
It definitely keeps the spirit alive in de auto. ;-) Op een gegeven moment moesten we allebei dringend naar het toilet, dus gingen we aanschuiven aan een rij wc-kotjes in de wijde natuur hier in het park. Het was redelijk druk, want we stonden aan het uitzichtpunt voor de Bridalveil Falls. Dit is een héél spectaculaire waterval die spijtig genoeg niet deftig op foto staat, want onze apparatuur had gegarandeerd kapot geweest, mochten we daar foto’s hebben genomen!
Je kwam sowieso zeiknat terug, enkel en alleen van de kracht van het water dat naar beneden stort. Wel spectaculair om te zien, maar ik had geen zin in nattigheid op zo'n koude dag als vandaag.
Bridal Veils waterval - een van de bekendste, grootste watervallen in het park. Kom je een maandje later in juni, heb je kans dat er geen watervallen meer stromen...
Je kwam sowieso zeiknat terug, enkel en alleen van de kracht van het water dat naar beneden stort. Wel spectaculair om te zien, maar ik had geen zin in nattigheid op zo'n koude dag als vandaag.
Nu moet je weten dat ik al niet zo happig ben op openbare toiletten, dus je kan je al voorstellen hoe ik mij voelde toen ik dringend moest en ik de geur al op een afstand rook hé! Toen ik de deur opengooide, zag ik daar een wc-pot in het midden staan, met daarnaast een hele arsenaal aan wc-rollen. De bril stond omhoog, dus eerst wat wc-papier genomen om de bril met papier naar beneden te doen… En dan zag ik het: een hele hoop ‘darkness’… Echt een berg stront, om het vulgair te zeggen. Gelijk in the good old days hé? Met een gat in een houten plank en dan je gangen maar gaan.
Toch niet my piece of cake, maar ja… in zo’n park heb je niet echt openbare riolering lopen natuurlijk. Ik heb nog nooit zo snel mijn kleine boodschap eruit gewrongen als toen. En ik had kramp in mijn bovenbenen van over die wc te hangen, want zitten dierf ik niet, wegens de viezigheid én eventuele beesten die wel eens aan mijn kont konden komen (krabben?). Tja, ik heb altijd van die levendige fantasie die soms al eens op hol slaat hé. Maar ge moet u eens voorstellen: dat toilet staat daar in zo’n donker wc-hol en je ziet niet waar je plas naartoe gaat… En dan die geur. Bweurk! ’t Was weer iets voor mij! En er hingen nergens lavabo’s, alleen maar van die bussen “Purrell”, een handengel waarmee je de bacteriën op je handen voor 99% doodt. Maar dat heb ik ook wel in onze auto staan, dus ik vond het al supervies. Ik zeg het nog eens: ik ben totaal geen campeermens. Geef mij maar de luxe van een eigen badkamer, hoe klein dan ook.
Voorts is Yosemite National Park echt wel knap om gezien te hebben! Prachtig mooie natuur, het deed ons soms aan Zwitserland denken - even ongerept en puur.
Toch niet my piece of cake, maar ja… in zo’n park heb je niet echt openbare riolering lopen natuurlijk. Ik heb nog nooit zo snel mijn kleine boodschap eruit gewrongen als toen. En ik had kramp in mijn bovenbenen van over die wc te hangen, want zitten dierf ik niet, wegens de viezigheid én eventuele beesten die wel eens aan mijn kont konden komen (krabben?). Tja, ik heb altijd van die levendige fantasie die soms al eens op hol slaat hé. Maar ge moet u eens voorstellen: dat toilet staat daar in zo’n donker wc-hol en je ziet niet waar je plas naartoe gaat… En dan die geur. Bweurk! ’t Was weer iets voor mij! En er hingen nergens lavabo’s, alleen maar van die bussen “Purrell”, een handengel waarmee je de bacteriën op je handen voor 99% doodt. Maar dat heb ik ook wel in onze auto staan, dus ik vond het al supervies. Ik zeg het nog eens: ik ben totaal geen campeermens. Geef mij maar de luxe van een eigen badkamer, hoe klein dan ook.
Voorts is Yosemite National Park echt wel knap om gezien te hebben! Prachtig mooie natuur, het deed ons soms aan Zwitserland denken - even ongerept en puur.
De rit door Yosemite was af en toe wel een beetje griezelig, vond ik… Op de Tioga Pass Road heb ik op sommige momenten echt wel mijn ogen én kont dichtgenepen, want hier vind je dus bijna nergens rails langs de rijweg. En die bochten zijn ook totaal anders dan in België! Hier kan je ze nog het beste vergelijken met die van een rollercoaster, de bochten gaan soms schuin omhoog en dan omlaag. Als je dan je voorhanger zo schuin in die bocht voor je ziet hangen, terwijl je aan het afdalen bent van de helling (7% daling), dan knijp je toch eens alles open en toe. Allé, ik toch. Bart vond het nog leuk om te rijden hier.
Maar we zijn er heelhuids geraakt. Ik heb soms hard mijn best moeten doen om mij op één punt te focussen, want ik zou zo misselijk geworden zijn. Maar mijn ventje is een goeie chauffeur. Dus we voelden ons super na onze rit uit Yosemite.
mijn liefste schattie verdient een kus voor zijn goeie rijkunsten
In Lee Vining, waar we zouden overnachten in een motel, hebben we eerst onze koffers gedropt in het motel zelf rond 15u deze namiddag, wat vlakbij een tankstation ligt.
Hier is eigenlijk niks anders te zien dan motels, restaurants en twee tankstations. Maar Lee Vining is wel heel goed gelegen: vlakbij Mono Lake en Bodie Historic State Park, een spookstadje.
Hier is eigenlijk niks anders te zien dan motels, restaurants en twee tankstations. Maar Lee Vining is wel heel goed gelegen: vlakbij Mono Lake en Bodie Historic State Park, een spookstadje.
Na onze koffers in de kamer te hebben gegooid, zijn we direct vertrokken richting Bodie. Het is een verlaten goudzoekersstadje, oftewel een "ghost town". Van de oorspronkelijke bebouwing is nu nog ongeveer 5% intact. Het is dus één van de best bewaarde spookstadjes in Amerika overigens! William Bodey was één van de eerste die hier in de oostelijke flanken van het Sierra Nevada gebergte een goudader ontdekte in 1859. Daarom dat de stad naar hem werd vernoemd: Bodie. Al gauw groeide de stad uit tot één van de meest belangrijkste in Amerika. Het had zijn eigen Chinatown, talrijke bordelen, restaurants, hotels en alles wat een stad nodig had om te bloeien. In 1892 ging een groot deel van de stad verloren aan een grote brand en een tweede brand die volgde vernietigde nog een belangrijk deel van de stad. In de jaren 40 van vorige eeuw verlieten de laatste bewoners Bodie.
Het ligt trouwens ook hoog in de bergen en om er te geraken, moet je een stukje “dirtroad” rijden. Jawadde… We dachten dat Josefien, de gps, ons wel op de juiste weg zou zetten om er gemakkelijk te geraken, maar integendeel! Op een gegeven moment kwamen we op een onverharde weg vol putten en bulten, dat ik op den duur piepte met een klein stemmetje: “schat, zouden we hier nu niet gewoon terugdraaien en veilig naar ons motel rijden? Straks staan we hier met een platte band en begint het hier te regenen en loopt alles onder”. En we voelden ons écht twee cowboys in het Wilde Westen. Heel die 45 minuten dat we onderweg waren, hadden we welgeteld 1 auto gezien die ons passeerde. Brrr!
Die weg blééf trouwens maar duren naar ons gevoel, want als je zo over een hobbelige weg zit te rijden, zit je maar de hele tijd te hopen: “als we maar nu niet in panne vallen”. En eigenlijk zijn we ook een beetje stouterikken geweest! Van alle verhuurmaatschappijen mag je namelijk niet langs een dirtroad rijden, maar volgens mij zijn de enige wegen die naar Bodie lopen, onverharde wegeltjes vol stenen, putten en bulten!
Dat gezegd zijnde: “iedereen zwijgt hier tegen Alamo hé”. ;-)
Maar we zijn wel nog iets heel moois tegengekomen onderweg! Toen we daar over die hobbelige weg aan het sukkelen waren, stonden er plots maar liefst 3 reetjes op de weg. Ze keken verschrikt en een beetje verbaasd naar ons, die al even verbaasd en geschrokken terugkeken naar die beestjes. Uiteindelijk reden we stilletjesaan dichter met onze auto, als ze opeens verschrikt in de bosjes weg sprongen. Daar bleven ze dan nog eventjes staan kijken naar ons, waarschijnlijk met het gedacht: “mmmh, kom mannen, wegwezen hier: twee zwetende zotten met een cameradie die al zwalpend komen aangereden? Louche boeltje”. :-)
Maar we zijn wel nog iets heel moois tegengekomen onderweg! Toen we daar over die hobbelige weg aan het sukkelen waren, stonden er plots maar liefst 3 reetjes op de weg. Ze keken verschrikt en een beetje verbaasd naar ons, die al even verbaasd en geschrokken terugkeken naar die beestjes. Uiteindelijk reden we stilletjesaan dichter met onze auto, als ze opeens verschrikt in de bosjes weg sprongen. Daar bleven ze dan nog eventjes staan kijken naar ons, waarschijnlijk met het gedacht: “mmmh, kom mannen, wegwezen hier: twee zwetende zotten met een cameradie die al zwalpend komen aangereden? Louche boeltje”. :-)
Ik heb toch nog een redelijke foto kunnen nemen van die reetjes, dus ik ben content!
Heb ik toch nog een wild dier gezien, want in Yosemite zelf hebben we geen dieren gezien. Wat we hier al wel veel gezien hebben: colibri’s! Blijkbaar zit dat hier ook, dat wisten we helemaal niet! Hier noemen ze die colibri’s “hummingbirds”, wat eigenlijk een veel mooiere naam is, vind ik. Die vogeltjes zijn zo rap, we hebben er nog geen foto van kunnen nemen. Eer je het ziet, is het alweer weg!
Heb ik toch nog een wild dier gezien, want in Yosemite zelf hebben we geen dieren gezien. Wat we hier al wel veel gezien hebben: colibri’s! Blijkbaar zit dat hier ook, dat wisten we helemaal niet! Hier noemen ze die colibri’s “hummingbirds”, wat eigenlijk een veel mooiere naam is, vind ik. Die vogeltjes zijn zo rap, we hebben er nog geen foto van kunnen nemen. Eer je het ziet, is het alweer weg!
Voor je Bodie inrijdt, kom je een park ranger zagen. Die mevrouw zat aan de inkom van het park, waar we ineens hebben gevraagd of er geen betere weg terug naar Lee Vining bestond, aangezien ik had liggen zweten op die hobbelige weg. Ze lachte: “oh so you guys took the more adventurous road, did you?” Yes yes, we did. Hihi… Die mevrouw wist ons trouwens te vertellen -toen we vroegen hoe het weer ging zijn- dat ze in Lee Vining deze vrijdag sneeuw verwachten! En we zijn juni hé??? Onvoorstelbaar!
de iets betere weg richting Bodie
We hebben Bodie ongeveer een uurtje bezocht en zijn daarna doorgereden naar Mono Lake (niet de zuidelijke kant) waar we nog wat tufa’s hebben gefotografeerd. Blijkbaar bleek deze kant van Mono Lake die we hebben bezocht deze namiddag, niet de juiste te zijn. De zuidelijke kant van Mono Lake is veel populairder, maar die weg ernaartoe bleek gesloten te zijn. Dus nogmaals dikke vette pech voor ons.
Mono Lake is trouwens ook heel mooi, vooral daarstraks tegen 18u! Het is één van de oudste meren van heel Noord-Amerika, volgens onze reisgids. De tufa’s zijn die mysterieuze, vreemd gevormde kalksteentorens in het water en op de oevers.
Nu dat ik alles heb gezien wat ik zeker wilde zien, kunnen we morgenvroeg met een gerust hartje doorrijden richting Death Valley.
Nu dat ik alles heb gezien wat ik zeker wilde zien, kunnen we morgenvroeg met een gerust hartje doorrijden richting Death Valley.
Deze avond zijn we nog eventjes te voet naar één of ander restaurant hier in de buurt gewandeld. Een typisch Amerikaanse bar & grill, waar je allerlei vlees kon krijgen op de BBQ! Het rook er ook naar BBQ, dus we dachten dat dat wel niet al te slecht kon zijn. Maar wat we wel niet zo lekker vonden, is die barbecue-saus die ze hier overal bij geven. Dus ik heb uiteindelijk voor een half gebraden kip gekozen, zonder vieze saus en patatjes en salade van de soup & salad-bar, waar je zoveel kon opscheppen aan groentjes en fruit als je wilde. Bart koos voor de NY stripsteak met sautéed mushrooms, oftewel gewoon gebakken champignonnekes op de gebakken steak. Omdat ik weet wat voor lappen vlees ze hier serveren, heb ik maar voor lekker veilig gekozen en een halve kip gevraagd. Kip knows what’s best!
Vlakbij ons tafeltje in het restaurant zat een koppeltje uit Nederland die blijkbaar ook richting Death Valley zouden rijden. Volgens mij zijn alle motels hier volgeboekt met Belgen, Nederlanders en Duitsers! Ze zeiden dat ze al evenveel pech gehad hebben met het weer, en dat de mensen hier blijkbaar wel zeggen dat het redelijk koud is voor de tijd van het jaar. Dus onze timing om te reizen is iets slechter gekozen hé… Maar morgen zullen we pas écht zagen, denk ik. ;-) We zullen dan nog alleen maar kunnen zuchten: “was er maar een zuchtje wind”. :-D
Voorlopig ga ik het hierbij laten, we moeten er morgen weer vroeg uit, om de hitte in Death Valley te vermijden. Hopelijk hebben ze morgenavond in Stovepipe Wells deftige internetverbinding, zodat we toch nog op tijd onze nieuwe avonturen online kunnen posten. Zodat jullie allemaal weer mee zijn met wat wij hier allemaal uitspoken.
Ik kruip onder de wol en hopelijk horen we jullie heel gauw!
Tot morgen… Slaapwel,
Inge & Bart xxx
Reacties